SOCIAL TASK

"Tramsystemen zijn niet complex, als je ze begrijpt"

Henk van der Meij (links) en Roel van Swam (rechts)

In Nederland zijn er in totaal vier trambedrijven (HTM, Metro en Tram, Regiotram en RET). Het komt wel eens voor dat projectmanagers in hun loopbaan alle vier de trambedrijven adviseren. Wat minder vaak voorkomt, wat eigenlijk heel uniek is, is het tegelijkertijd adviseren van deze vier trambedrijven tegelijkertijd. TASK’er Henk van der Meij heeft de eer zich in deze unieke positie te bevinden. Een mooi moment om eens met hem te gaan praten.
Geschatte leestijd: 4 minuten.

Samen met Roel van Swam gaan we bij hem langs in Den Haag bij het Haags Startstation Erasmuslijn (HSE). Henk adviseert op dit project HTM in de rol van System Integrator. Roel heeft namens TASK op de achtergrond ook een bijdrage aan het project geleverd. HSE is de nieuwe halte op Den Haag Centraal voor de Erasmuslijn: de metro die Rotterdam met Den Haag verbindt. HSE is onderdeel van het grotere project RandstadRail.

“Je moet geen specialist zijn, maar juist van enige afstand naar de systemen kijken”

Als system integrator is Henk er verantwoordelijk voor dat de nieuwe systemen van HSE communiceren met de bestaande systemen van Den Haag Centraal en RandstadRail. “Een complexiteit bij systeemintegratie is de moderne vorm van contractering. Het functioneel specificeren levert niet altijd een werkend vervoersysteem op, in de mate die gebruiker en beheerder verwachten. Vooral de samenhang tussen systemen laat zich niet altijd even makkelijk in functionele eisen op een dusdanige manier in een uitvraag vastleggen, dat een opdrachtnemer ook bij de start van een project hier voldoende “ruimte” voor heeft meegenomen. Als je een tramsysteem wil aanleggen of een onderdeel daarvan, is het gewenst dat je weet wat je wil hebben. Denk aan de automatisering van processen: welk proces wil je automatiseren en wat moet de kwaliteit van de uitkomst zijn? En misschien nog wel belangrijker in dit kader, wat wil je juist niet automatiseren? Dat laatste levert vaak het inzicht op in wat je wil. Dit geldt in principe ook voor systeemintegratie, wat moet samenwerken en wat juist niet. De moderne technologie maakt het mogelijk om koppelingen te maken, maar dat maakt het ook complexer. Door een zee aan informatie verdwijnt de belangrijke informatie; veel storingsmeldingen ontnemen het zicht op de belangrijke meldingen. Daarom is het vaak beter om geen systeemspecialist te zijn, maar meer vanaf enige afstand naar de systemen te “kijken”. Gezond verstand is hierbij een belangrijk hulpmiddel.”

Henk legt uit dat de brandmeldinstallatie (BMI) een bijzonder onderdeel is van systeemintegratie: “Bij de brandmeldinstallatie komen alle functionaliteiten en individuele systemen samen. Eén binnenkomend signaal op de brandmelder zet een heel proces van gekoppelde systemen in gang. Neem bijvoorbeeld het OV-chipkaart poortjes systeem. Normaal gesproken zijn deze er alleen ter verificatie van de vervoersbewijzen. In geval van nood, bijvoorbeeld een brand op de OV-terminal, dienen alle poortjes open te gaan. Daarnaast moet er automatisch een seintje gaan naar aankomende treinen, omroepinstallaties, camera’s, hulpdiensten, enzovoort.”

“Trambedrijven zijn zeer alert op vertragingen”

“De integratie van systemen roept bij trambedrijven vaak de vraag op: ‘levert het hindernissen voor onze reizigers op?’ De druk voor trams om op tijd te rijden is groot”, legt Henk uit, “in tegenstelling tot treinen kunnen trams onderweg geen tijd inhalen. Op het gebied van systeemintegratie betekent dit, dat niet alleen de zwakste schakel bepalend is voor de kwaliteit van het eindresultaat, maar elke schakel. Dus de aandacht dient hier ook op gericht te zijn. Dit kan de eis opleveren om ook een radiografisch gestuurde klok met seconde aanduiding in de wachtruimte voor bestuurders te plaatsen en niet alleen op het perron. In die zin zijn trambedrijven zeer alert.”

De verschillende systemen (brandmelder, luidsprekers, verlichting, etc.) zijn strak in de gewelven weggewerkt.

Op de OV-terminal is er geen gebrek aan camera’s, deze vergemakkelijken de monitoring op afstand.

De constructie van de halte is gemaakt van staal. Een van de eigenschappen van staal is dat het uitzet bij warm weer en inkrimpt bij koud weer. In het design is daar rekening mee gehouden. De halte rust als het ware op een aantal steunpunten. Wanneer de halte uitzet schuift het grote stalen element over het andere heen. Het verschil bij uitzetten van het staal kan oplopen tot dertig centimeter. Op de foto hieronder is de plek weergegeven waar het staal over elkaar heen schuift.

Henk en Roel bekijken hier de systeemkasten van de HSE-terminal. Vanuit hier worden er weer signalen doorgestuurd naar de systeemkasten van de hoofd terminal.

In Augustus is de terminal van Haagse Startstation Erasmuslijn opgeleverd. Met de realisatie van dit station is Den Haag een nieuw icoon rijker. Henk van der Meij rondt nog wat zaken af en gaat dan terug naar het adviseren van ‘slechts’ drie trambedrijven in Nederland.

Bron:Publicatiedatum: 9 november 2016
Aanmelden TASK Nieuwsbrief
Meer info? Kom in contact
Top