SOCIAL TASK

Spoorzone Delft: de verbinding maken

Het is wat je noemt een project met de nodige impact. Spoorzone Delft loopt dwars door het centrum van Delft. Een integrale herontwikkeling van het 30 hectare grote spoorzonegebied, met onder meer een spoortunnel met ondergronds station en een nieuw stadskantoor. Met infrastructuur en vastgoed tezamen gaat het om een investering van maar liefst 1 miljard euro. Erik Segers is namens ProRail verantwoordelijk voor het deelproject DSM-terrein, een deelproject van de Spoorzone Delft.  

Erik SegersVanuit zijn kantoor recht tegenover het oude station kijkt Erik Segers pal op de werkzaamheden. Aan de overkant is het stadskantoor in volle aanbouw. Dit transparante gebouw krijgt straks een dubbelfunctie van publiekshal voor de gemeente én stationshal die toegang biedt tot de ondergrondse sporen. Indrukwekkend, maar minstens zo bewonderenswaardig is wat er ónder de grond plaatsvindt. Hier wordt een viersporige tunnel gebouwd over een lengte van bijna 2,5 kilometer. Erik licht de aanleiding van het project toe. ‘Rond 1960 is een spoorviaduct gebouwd dat de stad van noord naar zuid doorsnijdt. Toentertijd was dat een adequate oplossing voor het probleem van de vergrootte spoorcapaciteit. Er reden namelijk zoveel treinen over het spoor dat de overgangen voortdurend dicht waren. Nu wordt juist het viaduct als een barrière in de stad ervaren. Wat ooit een oplossing was, is nu zelf een probleem geworden.’

Oplossing

Vanaf de jaren ’80 wordt er gedacht over een nieuwe oplossing. Uiteindelijk is het de gemeente Delft, die de trekker van het project wordt. De stad wil van het viaduct af. De oplossing wordt gezocht in het ondergronds brengen van de sporen. In 2008 wordt het civiele contract gesloten met de combinatie CrommeLijn. ProRail is namens het Rijk verantwoordelijk voor de realisatie van de infrastructuur en de gemeente middels het Ontwikkelingsbedrijf Spoorzone Delft BV (OBS) voor de realisatie van het stadskantoor en de stationshal. De afspraak is dat ProRail ook de inrichting van de openbare ruimte voor de gemeente zal verzorgen, net zoals andersom de gemeente in het stadskantoor ook verantwoordelijk is voor de realisatie van de stationshal. Erik: ‘Enerzijds is er een duidelijke scheiding van verantwoordelijkheden, maar je bent gedeeltelijk ook elkaars opdrachtgever. Dat betekent dat je elkaar hard nodig hebt en een goede samenwerking onontbeerlijk is voor de succes van dit project.’

Halsslagader

Het project voor de infrastructuur is opgedeeld in vier ‘brokken’. Naast het civiele werk van de tunnel zelf en de openbare ruimte zijn er het deelproject spoorwerk en het deelproject afbouw station en installaties. Erik is verantwoordelijk voor het vierde deelproject: het conditioneren van het DSM-terrein aan de noordkant van het gebied. ‘Hier komt de tunnel bovengronds. Daarmee is DSM een grote stakeholder in het project. Hier worden de nieuwe sporen ingevlochten op het bestaande spoor en moet het tijdelijk verwijderde goederen emplacement van DSM opnieuw worden aangesloten. Met ons project gaan we dwars door de site van DSM.’ Omdat de impact van het spoorzone-project hier zo groot is, is besloten om er een apart deelproject van te maken. De belangrijkste opgave voor Erik en zijn team is om er voor te zorgen dat DSM zo min mogelijk overlast ondervindt van de werkzaamheden. Dat is een complexe logistieke opgave, waarvoor af en toe slimme – technische - oplossingen nodig zijn.

Impact Delft

Erik heeft als opdracht in dit gebied het conditionerend werk voor de bouw van de tunnel en spoorwerk te realiseren. Dat gaat enerzijds om het aan- en verleggen van voorzieningen voor DSM om de spoorbouw mogelijk te maken, zoals kabels & leidingen en infrastructuur. Daarnaast heeft het team een adviesrol voor de andere deelprojecten. ‘Wij spelen het terrein zoveel mogelijk vrij, maar er blijven natuurlijk raakvlakken. Wij zijn een soort “geweten” van DSM binnen het project. DSM wil zo min mogelijk gestoord worden in haar eigen werkprocessen. Het bedrijf werkt mee met de werkzaamheden, maar de afspraak is dat wij ervoor zorgen dat ze er geen hinder van ondervinden.’ Dat gaat niet alleen over het terrein vlak langs de spoorader, maar heeft vaak ook impact op de rest van het terrein. ‘We moesten bijvoorbeeld een onderdoorgang onder het spoor afsluiten, maar daarmee moesten we een andere toegangsweg tot het terrein aanpassen en tijdelijk openstellen.’ Of neem het voorbeeld van de gevaarlijke stoffen, die voor DSM normaliter per spoor worden aangevoerd. Per vrachtwagen door de stad mocht niet. Dus moest er op de westelijke kant van het terrein een nieuwe losvoorziening worden gebouwd, inclusief besturing en leidingwerk naar de voorzieningen aan de oostkant.

Meebewegen

De toegevoegde waarde van het deelproject is volgens Erik dan ook dat het team de vertaling maakt van de eisen en behoeften van een externe stakeholder naar een werkbare opdracht. ‘Dit is echt a-typisch voor ons. We moesten het bedrijfsproces van DSM leren kennen. We moeten in staat zijn om te gaan met onverwachte omstandigheden. Je kijkt toch als een vreemde aan tegen de bedrijfsprocessen. Daar moet je in kunnen meebewegen. We zijn immers te gast bij DSM en moeten de bedrijfscontinuïteit garanderen.’ Met Geert Neefs en Johan Verbaak van TASK als projectcoördinator vormt het team een ‘driemanschap’, dat van het begin af aan betrokken is bij het project. De rest van het team groeit mee en wordt afgebouwd, afhankelijk van de stand van het werk. De taakverdeling is complementair. Johan staat aan de lat voor de techniek en het vertalen van de vraag naar werkbare pakketten. Erik: ‘Johan is heel goed in staat om te luisteren naar wat er bij DSM speelt. En daar vervolgens een passende oplossing voor te vinden. Johan denkt vanuit de techniek, maar heeft ook goed op het netvlies hoe het vervolgens weer past in het totaalplaatje. Ook een schijnbaar eenvoudige kabel kan een enorme impact hebben.’

AandachtDelft

Erik zelf staat aan de lat voor de projectleiding en de contractering. Geert bewaakt de afspraken uit de samenwerkingsovereenkomst met DSM en richt zich daarmee vooral op de juridisch-administratieve kant van het verhaal. Inmiddels is het project zodanig gevorderd dat het team ruwweg klaar is met het ruimte maken voor de andere partijen, zoals de spoorbouwers. Na afloop van de bouwwerkzaamheden moeten op het DSM-terrein weer de nodige voorzieningen worden teruggebouwd waarvoor nu het ontwerpproces is opgestart. In de tussenfase is met name de adviesrol richting de andere deelprojecten belangrijk. Erik: ‘Bij onze collega’s zorgen we voor de borging van het bedrijfsproces van DSM in de plannen. Tegelijkertijd vragen we richting DSM aandacht voor onze eigen positie en brengen we continu het belang van Prorail voor het voetlicht. Want vergeet niet, er is vrijwel geen DSM’er die niet in meer of mindere mate last van ons heeft. Dat is de spanning waar wij mee worstelen en vraagt om een goed inlevingsvermogen én verwachtingenmanagement.’

Sparring partner

Erik en Johan kunnen door hun complementariteit goed met elkaar meedenken in oplossingen. Erik: ‘Johan kan heel goed de techniek uitleggen. Ik kan hem van alles vragen en hij snapt altijd precies wat ik nodig heb. Daardoor is hij echt een sparring partner voor me. Ook als team naar buiten werkt dat goed. We kunnen allebei zowel de verbinding als de scherpte op zoeken. Dat we beiden die rollen kunnen invullen maakt onze samenwerking zo leuk. Het past ook goed binnen onze opdracht, waarbinnen we flexibel moeten kunnen zijn. We werken al zo lang samen, dit is echt óns project geworden. Dat gevoel van eigenaarschap uit zich in de betrokkenenheid bij het werk.’

Inzet

De relatie met TASK is dan ook zeer positief, zegt Erik. ‘Vanuit TASK wordt de persoon en het project nadrukkelijk gevolgd. Die persoonlijke zorg vind ik heel mooi om te zien. Men houdt echt feeling met de mensen in het project. Door de korte lijnen spreek je elkaar ook gemakkelijk aan. TASK is een heel open bedrijf in haar manier van communiceren. Ik vind het knap dat ze de pay off van ‘bouwen op mensen’ ook daadwerkelijk op deze manier vertalen in de dagelijkse praktijk. Uiteindelijk komt het aan op de mensen die invulling geven aan een project. Ik ben er dan ook trots op dat we een zo’n complex project – zowel in technische zin als in samenwerking – zo goed weten uit te voeren. Dat is allemaal te danken aan de persoonlijke inzet van de mensen in het team.’   

(Foto's via Mecanoo Architecten en Bethem Crouwel Architekten). 

Bron:Publicatiedatum: 25 maart 2014
Aanmelden TASK Nieuwsbrief
Meer info? Kom in contact
Top